Intense pijn en alles bij elkaar gegild maar hij heeft het overleefd. Vuurwerkslachtoffer Evert Bos verloor door zwaar vuurwerk zijn hand.

“Ik was 13 jaar en had vuurwerk van een vriend gekregen.” Het verhaal van Evert kan iedereen overkomen. Gewoon gekregen. Niet met de bedoeling om rottigheid uit te halen, maar vuurwerk heeft nu eenmaal een aantrekkingskracht op kinderen. “Ik was ook zo’n kind die het geweldig mooi vond. Hoe harder de knal, hoe mooier. Als kind denk je er niet over na dat zulk zwaar vuurwerk zo’n ernstig letsel voort kan brengen.”

Bij het aansteken ging het mis. Het lontje was te kort waardoor het vuurwerk in zijn hand ontplofte. “Dat moment staat op mijn netvlies gebrand. Bijna dagelijks speelt de film zich in mijn hoofd af. De intense pijn die ik voelde. De geur van kruitdampen en bloed. En pijn, mijn god wat had ik een pijn.” Evert werd direct na het incident in een auto geduwd en naar het ziekenhuis gebracht. “Ik weet nog dat ik dacht dat ik niet dood wilde gaan. Als een mantra ben ik die woorden blijven herhalen.

Maar die pijn! Die valt met niets te vergelijken. Misschien wel als je eens met zijn vingers tussen de deur is gekomen, dat doet pijn. Kun je nagaan als je hele hand eraf wordt geblazen!” Op de operatietafel kwam Evert bij uit de narcose. “Dan hoor je woorden als stomp, bilateraal; geen idee waar ze het over hebben. Alleen die intense pijn en hopen dat die zo snel mogelijk over is. Maar helaas.”

Evert was een kind van 13, maar na dat moment is hij zijn jeugd en de daarbij behorende onschuld verloren. “In het ziekenhuis lag ik weken op de intensive care, voornamelijk tussen oude mensen. Met morfine was de pijn enigszins te hebben. En toen mocht het verband eraf! Man dat was heftig. Kijk, werd er gezegd, zo ziet je hand er nu uit. Niks hand! Een stomp waar eerst een hand had gezeten. En wat volgde was jaren van revalidatie, operaties en pijn.

En dat allemaal door zo’n klote stukje vuurwerk wat heel onschuldig leek.” Bij het verliezen van een lichaamsdeel hoort een rouwproces. “Je verliest meer dan een hand. Je verliest een deel van je leven. Je verliest een deel van jezelf en het is niet meer te herstellen. Daarnaast heb ik gehoorschade en zichtschade opgelopen.” Het is jaren geleden dat het Evert is overkomen. “En nog steeds schrik ik van elke knal! Deze tijd van het jaar herinnert mij aan mijn ongeluk.

Tegen de jeugd zou ik willen zeggen; ga niet met dat (illegaal) vuurwerk aan de gang. Het is gewoon munitie in papier met dezelfde inslag als een handgranaat. Dat moet het niet waard zijn en het is al helemaal niet stoer als je geen hand meer kan geven omdat die eraf is.” Elk jaar maakt het zware vuurwerk, zoals een Cobra, zeker drie slachtoffers. “Maar het is big business waar veel geld in omgaat. Het heeft niets meer te maken met het rotje en zijn redelijk onschuldige knal.

Ik hoor ook vaak mensen zeggen; eigen schuld, moeten ze maar niet met vuurwerk spelen. En die ouders? Dat die het hun kind toestaan? Zelfs het vuurwerk voor hun kind kopen! Tegen die mensen zou ik willen zeggen dat ze niet zo kort door de bocht moeten denken. Toen ik 13 was, wist ik niet dat het gevaarlijk was, dat vermogen om volwassen te denken heb je nog niet op die jonge leeftijd. Pubers zijn niet dom; het brein is eenvoudigweg nog niet volgroeid.” Evert Bos is niet tegen vuurwerk. “Maar het hoort niet in kinderhanden.”