In 1990 is Pascal als stagiair terecht gekomen in het sleepdienst gebeuren. “Bijna 30 jaar geleden mocht ik daar ervaring in opdoen. Helemaal leuk vond ik het. Toen ik na mijn militaire diensttijd een baan aangeboden kreeg, was de keuze snel gemaakt.” De werkzaamheden zijn in de loop der jaren aan veel veranderd. “Wat ik zelf opmerkelijk vind is de toename van het ophalen van kapotte fietsen. Maar hé, het is mijn werk, en ik haal ze gewoon op. Net als alle ander pechgevallen kunnen die fietsers op onze hulpverlening rekenen.” Het werken op de sleepdienst gaat 24/7 door. “Dag en nacht, door weer en wind.

En geloof me als ik zeg dat we er met zijn allen, iedereen die dit werk doet, erop gebrand zijn om iemand zo snel mogelijk te helpen.” De baan biedt veel afwisseling en dat is wat het werken voor Pascal zo aantrekkelijk maakt. “Ik weet nooit wat de dag gaat brengen. Soms hebben we geplande ritten, dat je een voertuig van A naar B moet brengen maar over het algemeen rijden we ongevallen of andere ongeplande opdrachten .” Delissen heeft in die dertig jaar een boel mooie maar zeker ook minder mooie momenten meegemaakt. “Elke melding die ik binnenkrijg is afwachten waar je voor komt te staan. Een pech gevalletje met een lege benzinetank op de snelweg is zo gepiept. Dat is opladen en naar de eerstvolgende veilige plek brengen. Daar heeft het overige verkeer vaak niet zoveel last van.

 

Het is anders bij een ongeval met bijvoorbeeld een paar auto’s of vrachtwagens. Dan ben je wel even bezig om de weg weer vrij te maken. Vooral als er ook nog gewonden bij komen kijken.” Pascal is inzetbaar voor alles, maar zijn specialisme is tóch wel vrachtwagens en touringcars/bussen. “Een beetje het zwaardere werk zogezegd. Dat is wel mijn vakgebied waar ik veel kennis en kunde in heb en de nodige ervaring. Vaak zie ik in een oogopslag wat er nodig is aan materiaal of aan eventuele hulpverlening.” Hij geeft aan dat een bij melding de situatie niet vooraf ter plekke bekend is. “Dat kan zijn van, er ligt een vrachtwagen op zijn kant op de snelweg. Ga jij daar even naartoe? Volgende telefoontje; er ligt ook rotzooi op de weg.

Als er dan ook nog een telefoontje komt dat er letsel is dan weet je het al; dit gaat geen makkie worden.” Helaas heeft hij ook in deze gevallen de nodige ervaring opgedaan. “Dan kun je mij wel een grote stoere gast vinden, maar er zijn gevallen geweest die mij nog op het netvlies gebrand staan. En je weet in onze tak van sport dat je situaties mee gaat maken die niet mooi zijn. Je weet dat maar je bent er nooit op voorbereid. Mijn eerste heftige geval zit in mijn ziel gebrand. Toen ik daar samen met een collega ter plekke kwam, werd er stiekem ingeseind tegen een politieagent dat dit mijn ‘eerste’ was. Ongemerkt had deze agent mij in de gaten gehouden en voorbereid op wat ik kon gaan zien. Jaren later wist die agent nog steeds te vertellen van ‘mijn eerste ervaring’. Heel bijzonder maar het geeft tegelijkertijd het saamhorige in de hulpverlening aan. Je doet het allemaal samen, je helpt elkaar en sleept elkaar door de meest onmenselijke situaties heen.”

Maar een ding is zeker…ze blijven je allemaal bij stuk voor stuk. Pascal komt wel eens als eerste ter plekke bij een ongeval. “Dan moet je handelen. Je schiet in de regelmodus. Een afvinklijstje. Oké; eerste regel, veiligheid voor iedereen. Jaren terug kwam ik samen met een collega als eerste bij een ongeval op de snelweg, vrachtwagen in brand, gevaarlijke stoffen. Wat kun je doen voor de chauffeur, de omstanders, ontploffingsgevaar.  Duizend scenario’s schieten door je hoofd maar onbewust doe je wat je moet doen. In dit geval was dat mensen sommeren de auto te laten staan en weg van dit ongeval! Zelf konden we niet bij de vrachtwagen komen die in brand stond, ook de paar minuten  later gearriveerde brandweer had het lastig. Weet je, je doet je werk, automatisch, maar wat een chaos was dat daar. Toen het allereerste gevaar was geweken kwam de realiteit naar boven. Mijn eerste gedachte? Fuck! Dat moeten we ook gaan opruimen! Wat we toen met zijn allen hebben gepresteerd maakt mij retetrots. Uren zijn we bezig geweest en we hebben het gewoon geklaard.”

Foto Bert Jansen

Wat ook in het geheugen staat gegrift is de Hercules ramp. “Waar je daar mee werd geconfronteerd kun je nooit op voorbereid zijn. Dat was een ramp die zijn weerga niet kent. Gelukkig is de nazorg in onze branche goed geregeld. Want je kan nog zo groot en stoer zijn, een keer kan het je teveel worden.” Deze mega ongevallen zijn extreem en komen gelukkig  niet vaak voor. “Maar het vormt je wel. Je krijgt er altijd iets van mee. Dat moet je verwerken en achter je laten anders kan je je werk niet meer doen.” Pascal zegt met een klein lachje dat het nu wel lijkt alsof zijn werk kommer, kwel en ellende is.

“Ik maak ook heel veel leuke dingen mee. Soms kom ik bij een ongeval en dan zie ik de situatie en bedenk, oké, hoe dan? Wat is hier gebeurd. Hier heeft iemand de situatie behoorlijk verkeerd ingeschat, of om op zijn Brabants: Die het wel ff zitten slapen.” Mensen zijn over het algemeen zeer dankbaar als ze geholpen worden. “Dat kun je wel bedenken, dat je op de snelweg staat en je auto doet het niet meer. Tel daarbij op dat het regent of sneeuwt of koud is en midden in de nacht. Dan ben je blij dat je geholpen wordt. En soms zijn er situaties dat je een stapje extra service verleent. Ik heb het wel eens meegemaakt, met de kerst. Familie onderweg naar opa en oma voor het kerstdiner en de auto begeeft het onderweg. Kindjes huilen, je kent dat wel, spannend en ook een beetje angstig. Ik die kinderen en de familie in mijn vrachtwagen laten zitten, daar was het warm en veilig en ik de wagen opgeladen.

Toen ik in mijn truck stapte keek ik op de voorstoel naar een manneke die daar een beetje beduusd zat te kijken. Ik zei tegen dat manneke, waar wilden jullie naartoe gaan? Naar opa en oma was het antwoord. Gingen jullie daar eten? Ja snikte dat manneke. Ik zeg tegen hem, dus opa en oma zitten nu op jullie te wachten? Ja meneer. Weet je waar opa en oma wonen? Ja meneer. Zullen we daar maar naartoe rijden dan? Nou als je dat glunderende snoetje zag! Toevallig was dat adres twee straten verder als waar ik de auto af moest zetten, kleine moeite voor mij. Dus wij op weg en met de hand op de claxon de straat bij opa en oma ingereden. Helemaal gelukkig dat manneke en ik ook! Dan denk ik, fuck het is kerst. Laat mij dat kerstdiner maar missen, hier doe je het voor, hierdoor zit ik met een goed gevoel in de auto.”